Korte en eenvoudige samenvatting van de zaak DE BAERE/MIWA

 

 

 

De rechter veroordeelt MIWA tot sluiting.  De rechter is opgetreden in plaats van de burgemeester van de stad Sint-Niklaas : Freddy Willockx.  Burgemeester Freddy Willockx of voorheen burgemeester Jef Foubert hadden moeten ingrijpen, maar hebben dit nagelaten.

 

 

Deze beslissing werd door de rechter genomen omwille van het onverantwoord gedrag van MIWA-voorzitter Jo De Cuyper en MIWA-directeur Rudy Verlaeckt tegenover het recht van de omwonenden op een adequate en zo groot mogelijke bescherming van hun gezondheid.  Mocht hun gedrag verantwoord zijn geweest, zou de rechter naar alle waarschijnlijkheid zich beperkt hebben tot het opleggen van een termijn waarbinnen een stikstoffilter zou moeten geplaatst worden.

 

 

Dit arrest is een blaam voor de politieke overheid en de gezondheidsinspectie die niet wilden ingrijpen, desondanks herhaaldelijk aandringen van de werkgroep milieu en gezondheid Sint-Niklaas sinds 1998, en desondanks de rapportering van de gezondheidsproblemen door onder andere het kenbaar maken van een zelf gehouden en zelf gefinancierde plaatselijke gezondheidsstudie in 1998. Zouden de gekozenen van het volk zich niet in de eerste plaats moeten bekommeren om de gezondheid van hun bevolking?  Indien zij dit niet doen, welke belangen primeren er dan bij deze politici?

 

 

 Samenvatting :

 

 

- MIWA had na het tussenarrest tegenover de pers verklaart dat de "klacht" van de omwonenden door de rechter werd afgewezen.  De rechter zegt in het eindarrest dat de klacht van de omwonenden niet werd afgewezen, en dat MIWA het tussenarrest niet op een juiste wijze weergaf.

 

 

- De rechter vermeld verder dat op heden geen absolute zekerheid bestaat dat de exploitatie van een huisvuilverbrandingsoven geen enkel gezondheidsrisico inhoudt voor de omwonenden. Diverse wetenschappelijke studies evenals het daarover quasi-permanent gevoerd maatschappelijk debat tonen aan dat het een delicate aangelegenheid betreft.

 

 

-  Volgens MIWA zelf is het gebruik van een stikstoffilter een reeds toegepaste technologie, betreft het een investering die duidelijk aan te raden valt, laat de financiŽle studie toe deze investering op korte tijd te plannen, zal deze investering de veiligheidsmarge tussen emissies en emissienormen vergroten ťn is het van financieel belang deze investering zo snel mogelijk te doen gezien de installatie slechts een vergunning heeft tot 2008.

 

 

- In 2000 stond niets MIWA in de weg om met kennis van zaken, hetzij de beslissing te nemen te investeren in de

op dat ogenblik best beschikbare technieken tot voorkoming of beperking van schadelijke emissies, hetzij om de vergunningverlenende overheid, de AMINAL-afdelingen milieuvergunningen en milieu-inspectie te Gent, het college van burgemeester en schepenen te Sint-Niklaas en de OVAM te informeren over de motieven om een dergelijke beslissing niet te nemen.

 

- De beslissing om de best beschikbare technieken niet aan te wenden (het plaatsen van een stikstoffilter), of anders gezegd de veiligheidsmarge niet te verhogen, werd door MIWA genomen op 3 juli 2001, d.i. quasi twee jaar na het (positief) advies van Miplan en ťťn jaar na de bevinding door MIWA zelf dat een dergelijke investering aan te raden was.

 

 

- Een zo groot mogelijke veiligheidsmarge kan niet tegen om het even welke prijs worden opgedrongen, maar er is de vaststelling die in juli 2000 door MIWA zelf werd gemaakt dat de installatie van een DENOx-systeem financieel haalbaar was, en dat precies om de kosten binnen aanvaardbare perken te houden zonder dralen tot die investering moest worden beslist. 

De rechter voegt daar aan toe dat indien de stelling van geÔntimeerde zou worden bijgevallen, een min of meer lange periode van besluiteloosheid zou volstaan om naderhand te argumenteren dat de toepassing van de best beschikbare technieken financieel en/of bedrijfseconomisch niet meer te verantwoorden valt. Getoetst aan het voorzorgsbeginsel en aan het beginsel van preventief handelen is een dergelijke stelling onverdedigbaar.

 

 

- Als besluit van het BBT-rapport (Best Beschikbare Technieken) van 26 juli 2001 worden de drie sluitingsscenario's opgesomd, evenwel zonder een keuze te maken: zo snel mogelijk de bouw van een DENOx starten, een afwijking vragen bij de Minister van Leefmilieu op de Europese Richtlijn 2000/76/EG voor de rest van de vergunningstermijn, of zonder verdere investeringen blijven verder werken tot eind 2005.  Evenmin als dit in 2000 het geval was wordt in 2001 de vergunningverlenende overheid door MIWA geÔnformeerd over welke maatregelen effectief zullen worden genomen en welke uitvoeringstermijnen zullen worden in acht genomen.  Waarom MIWA die informatie niet verschafte of kon verschaffen zegt zij niet, maar het blijft bizar dat op 26 juli 2001 MIWA in haar BBT-rapport nog alles open laat, waar zij drie weken voordien, op 3 juli 2001 formeel beslist heeft geen DENOx-filter te plaatsen, geen afwijking op de Europese Richtlijn te vragen, en tot 31 december 2004 verder te werken.

 

 

- Tijdens de persoonlijke verschijning op 4 september 2001 voor de raadkamer verklaart MIWA-voorzitter Jo De Cuyper dat er tussen 25 augustus 1999 en 3 juli 2001 "het plaatsen van filters" nooit expliciet op de dagorde is vermeld van de bestuursraden.  

 

 

- De rechter merkt op dat de verklaringen van Jo De Cuyper en Rudy Verlaeckt afwijken van de notulen van de Raad van Bestuur.

 

 

- De installatie van een stikstoffilter werd volgens een financiŽle analyse van bedrijfsrevisor W. De Neef op 7 juni 2000 begroot op 45 miljoen BEF.  Volgens dezelfde financiŽle analyse zal de sluiting van MIWA in 2003 geen extra geld meer kosten, terwijl een sluiting in 2007 MIWA 300 miljoen BEF zal opbrengen voor de vennoten.

 

 

- MIWA dient een zo groot mogelijke veiligheidsmarge in acht te nemen.  Een dergelijke verplichting is een toepassing van het 'beginsel van het preventief handelen' dat voorschrijft dat men moet optreden om milieuschade te voorkomen eerder dan de schade achteraf te moeten herstellen.  Evenzeer is een dergelijke verplichting een toepassing van het

'voorzorgbeginsel' dat betekent dat men niet moet wachten op een wetenschappelijke consensus om bepaalde potentiŽle gevaren voor het milieu en voor de volksgezondheid aan te pakken.

 

 

- De omwonenden zijn gerechtigd op een adequate en zo groot mogelijke bescherming van hun gezondheid.  Een daarbij aansluitende rechterlijke controle kadert in de preventieve werking van de wet van 12 januari 1993.  Die controle slaat op de door MIWA aangewende middelen ter voorkoming van milieuschade, en op de vraag of het gaat om de 'best beschikbare technieken' zoals door de vergunningverlenende overheid is opgelegd, en zoals zij overigens zelf voorhoudt.

 

 

- Indien MIWA niet scrupuleus de verplichtingen naleeft die haar door de vergunningverlenende overheid worden opgelegd, d.i. in casu het aanwenden van de 'best beschikbare technieken' om het totale effect van de emissies op het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken, is dit gelijk te stellen met een ernstige dreiging zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 12 januari 1993.

 

 

- De rechter stelt vast dat MIWA, wetens en willens, heeft beslist om geen investeringen te doen waarbij voor de resterende

vergunningsperiode de best beschikbare technieken zouden worden aangewend.  Op grond van financieel-economische overwegingen heeft MIWA beslist haar huisvuilverbrandingsoven verder te exploiteren tot 31 december 2004.

 

 

- Die beslissing van MIWA om in die omstandigheden haar verbrandingsactiviteiten verder te zetten tot en met 31 december 2004, zonder gebruik te maken van de best beschikbare technieken vormt naar het oordeel van het Hof een ernstige dreiging in de zin van artikel I van de wet van 12 januari 1993.

 

 

- Bij ernstige dreiging staat het aan de rechter om adequate maatregelen te treffen ter voorkoming van schade.  Desgevallend kan een termijn worden toegestaan om aan de opgelegde maatregel te voldoen.

 

 

- Luidens de notulen de dato 18 september 2001 van de raad van bestuur van MIWA hebben ABLLO (regionale milieuvereniging) en MIWA op 13 september 2001onderhandeld over een sluitingsdatum.  ABLLO drong aan op een sluiting van de verbrandingsinstallatie op 1 juli 2002, terwijl MIWA de sluitingsdatum van 31 december 2004 'als finaliteit' wenste te behouden.

 

 

- MIWA sluiten is niet zozeer een middel om een privaat geschil te beslechten, maar een instrument om, met het oog op het algemeen belang, de milieuwetgeving te handhaven en schade aan het leefmilieu te voorkomen.

 

 

- Het Hof heeft vanzelfsprekend oog voor het collectief belang dat wordt gediend door de huisafvalverbranding waarmee

MIWA zich inlaat, met de tijd die is vereist voor een gebeurlijke ombouw van de ovens tot overslag- en transport unit,

met het sociaal passief en dergelijke meer.

 

 

Aan MIWA moet derhalve de mogelijkheid worden geboden om in haar conversieplan, dat naar eigen zeggen eind december 2001 zal bekend zijn, rekening te houden met de door het Hof opgelegde sluitingsdatum.

 

 

Rekening houdend met alle in het geding zijnde belangen

beveelt het Hof dat MIWA uiterlijk op eenendertig

december tweeduizendentwee (2002) de activiteiten in het

bedrijf gelegen te Sint-Niklaas aan de Vlyminckshoek 12,

bestaande uit het verbranden van afvalstoffen van welke aard

of herkomst ook, zal staken onder verbeurte van een

dwangsom van 100.000 frank per vastgestelde overtreding.

 

 

Gelet op wat voorafgaat is de tegenvordering van MIWA strekkend tot een veroordeling van de omwonenden tot het betalen van

 

50.000 frank wegens tergend en roekeloos geding ongegrond.

 

 

Veroordeelt MIWA tot de kosten.

 

 

Het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid
www.milieugezondheid.be