BOERENBOND

 

MINDERBROEDERSSTRAAT 8,3000 LEUVEN

TEL. +32 16 24 20 45 FAX +32 16 24 20 07

 

Het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid

T.a.v. Fred DE BAERE

Drielindenstraat 24

9100 NIEUWKERKEN

 

DATUM: 5 NOVEMBER 2002

 

Geachte Heer,

 

Betreft : Gebruik van schrikkanonnen in land- en tuinbouw.

 

Ik heb uw schrijven van 10 oktober jongstleden in goede orde ontvangen.

De problematiek die u aanhaalt is in het recente verleden aan de orde geweest in de Commissie

Leefmilieu van het Vlaams Parlement, naar aanleiding van een aantal verzoekschriften van uw

organisatie. In deze Commissie stelde de minister van Leefmilieu een aantal stappen te zullen

zetten :

  • het bundelen van beschikbare informatie in binnen- en buitenland;

  • het opstellen van een model-politiereglement ten behoeve van de gemeenten zonder algemeen gebruiksverbod;

  • het opzetten van proefprojecten;

  • communicatie over de resultaten.

Uit deze aanpak van de minister blijkt dat zij onderkent dat de kennis omtrent de effectiviteit en

haalbaarheid van alternatieven fragmentarisch is. De praktijk leert op zijn minst dat niet voor elk

toestel of systeem dat op de markt beschikbaar is, de commerciële informatie overeenstemt met de

resultaten.

 

Uiteraard vragen wij niet liever dan aan onze leden één of meerdere haalbare systemen voor te

kunnen stellen die minder hinder veroorzaken voor de andere plattelandsbewoners, met betere of

identieke resultaten als de momenteel gebruikte schrikkanonnen. Wij kunnen echter op dit ogenblik

uw pleidooi voor een algemeen verbod op het gebruik van schrikkanonnen niet ondersteunen. Land-

en tuinbouwers moeten de mogelijkheid hebben hun productie en dus ook het inkomen van hun

gezin te beschermen, in afwachting van duidelijkheid over de haalbaarheid van altematieven.

 

Wij zijn van oordeel dat niet van de individuele land- en tuinbouwer kan worden verwacht dat hij,

met als inzet zijn gezinsinkomen, gaat experimenteren met alternatieven die hun deugdelijkheid niet

bewezen hebben. In afwachting van de resultaten van het door de minister aangekondigde

onderzoek, pleiten wij er voor dat via een lokale dialoog in een serene sfeer, afspraken worden

gemaakt tussen de directe betrokkenen om plaatselijke hinder tot een minimum te beperken.

Samen met u wachten wij het invullen van de huidige kennisleemte af waarin de door de minister

aangekondigde initiatieven een belangrijke rol zullen spelen.

 

Met de meeste hoogachting,

 

NOËL DEVISCH

VOORZITTER