VERZOEKSCHRIFT AAN HET VLAAMS PARLEMENT (1 juli 2003)

 

Aan de voorzitter van het Vlaams Parlement

De Heer Norbert De Batselier

1011 Brussel

 

Verzoekschrift bij het Vlaams Parlement inzake het gebruik van alarmkanonnen in de land- en tuinbouw.

 

Mijnheer de voorzitter

 

Eerdere verzoekschriften aangaande het gebruik van alarmkanonnen in land- en tuinbouw hebben tot op heden nog steeds niet tot dwingende concrete maatregelen geleid.  (Parl. St. Vl. Parl. 1998-1999, nr. 1391/1 & stuk 208 (1999-2000) – Nr.1 & Stuk 1129 (2001-2002) – Nr.1 & Stuk 1524 (2002-2003) – Nr. 1.

 

Hoewel de voltallige Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement in haar laatste verslag (Stuk 1524 (2002-2003) – Nr. 1) instemde met de conclusie met “de aanbeveling aan de minister om een verordenende omzendbrief op te stellen. Door een dergelijke omzendbrief kunnen de gemeenten waar alarmkanonnen worden gebruikt, worden aangezet om een reglement voor het gebruik ervan op te stellen”

heeft de Vlaamse regering dit advies NIET INTEGRAAL GEVOLGD.

 

De Vlaamse minister van leefmilieu Vera Dua heeft naar aanleiding van het advies van de commissie, via een omzendbrief dd. 27 maart '03, de gemeenten gesensibiliseerd om vogelschrikkanonnen te verbieden of deze slechts in uitzonderlijke gevallen en onder strenge voorwaarden toe te staan.  Met in bijlage een “voorstel” van politiereglement.

 

De omzendbrief van de minister was duidelijk NIET VERORDENEND zoals aanbevolen door de commissie én zoals goedgekeurd door het Vlaams Parlement én zoals door de indieners van de verzoekschriften gevraagd werd.

 

Dit alles heeft voor gevolg dat de problematiek van geluidshinder veroorzaakt door schrikkanonnen blijft aanslepen zonder dat de Vlaamse overheid verordenend ingrijpt.

 

Wij vragen dan ook dat het parlement én de minister hun verantwoordelijkheid zouden opnemen om paal en perk te stellen aan het gebruik van de alarmkanonnen in Vlaanderen.  Het nut van het gebruik van deze alarmkanonnen is in geen enkele studie bewezen.  De hinder door het gebruik van deze toestellen is enorm voor de mensen die in deze omgeving wonen of verblijven.

 

Door het gebruik van deze alarmkanonnen worden ook de rechten van het kind geschonden.  Het gebruik van deze alarmkanonnen is voor heel wat kinderen storend.  Kleine kinderen hebben overdag slaap nodig en kunnen niet meer slapen.  Kinderen zijn angstig en kunnen in de zomer niet meer buiten spelen.  Bovendien komt daar bij dat voor sommige kinderen extra geluidsprikkels meer problemen veroorzaken dan bij anderen, onder invloed van ziekte, leeftijd enz.


Wij willen beroep doen op de verantwoordelijkheidszin van het parlement én de minister om, vijf jaar na het eerste verzoekschrift, dringend de nodige maatregelen uit te werken die er toe moeten leiden dat de geluidsoverlast - veroorzaakt door het gebruik van alarmkanonnen - definitief beëindigd wordt.

 

Wij kunnen niet akkoord gaan met het door de minister aangehaalde argument dat zij géén reglementering kan opstellen omwille van het subsidiariteitsbeginsel.  Het is perfect wettelijk toegelaten het gebruik van alarmkanonnen (én niet alleen deze gebruikt in land- en tuinbouw) te reglementeren in de VLAREM-wetgeving, of via een verordenende omzendbrief.  Door zich te beroepen op het subsidiariteitsbeginsel ontloopt de minister haar verantwoordelijkheid.  Voor bijna alle andere economische activiteiten is via VLAREM regelgeving voorzien om mogelijke milieuhinder te vermijden of te beperken

 

Ieder jaar opnieuw wordt ons gezin in Nieuwkerken Waas tijdens de zomermaanden (meer bepaald van eind mei tot eind september) geteisterd door alarmkanonnen die de landbouwers en fruittelers opstellen om hun oogst te beschermen.

 

's Ochtends worden wij gewekt met kanongebulder en dat gaat met de regelmaat van de klok (om de vijf minuten) de ganse dag door. Het resultaat hiervan is dat wij nooit rustig in de tuin kunnen zitten en zelfs binnen worden wij voortdurend gestoord door het lawaai. Bovendien kunnen kleine kinderen niet rustig genieten van hun middagdutje en blaffen de honden in de buurt voortdurend omdat zij opgeschrikt worden door het lawaai. Kippen leggen in deze periode minder eieren. Verder bereikten ons nog klachten i.v.m. agressiviteit van honden, nervositeit, hoofdpijn en slapeloosheid bij kinderen en volwassenen.

 

Bij navraag hebben wij vernomen dat er aangaande het gebruik van alarmkanonnen geen (milieu)reglementering bestaat op Vlaams niveau. Het gebruik van veldkanonnen door land- en tuinbouwbedrijven is niet door de VLAREM-wetgeving geregeld.  De reglementeringen op gemeentelijk niveau verschillen sterk van gemeente tot gemeente. 

 

Wij zijn van mening dat een verantwoorde landbouw zich niet enkel beperkt tot het verantwoord omgaan met de eigen grondstoffen, gewassen en dieren maar ook rekening houdt met het welzijn en dus ook de leefomgeving van de omwonenden. In het kader daarvan is een voortdurende geluidshinder totaal onverantwoord.

 

Bovendien stellen wij vast dat in enkele omliggende gemeenten fruittelers het zonder deze alarmkanonnen kunnen stellen. Alternatieven bestaan dus!

 

Eerdere verzoekschriften aangaande het gebruik van alarmkanonnen in land- en tuinbouw hebben nog steeds niet tot concrete maatregelen geleid.  (Parl. St. Vl. Parl. 1998-1999, nr. 1391/1 & stuk 208 (1999-2000) – Nr.1 & Stuk 1129 (2001-2002) – Nr.1). & Stuk 1524 (2002-2003) – Nr. 1.

 

In de conclusie van verzoekschrift stuk 208 (1999-2000) verzoekt de commissie de minister een aanbeveling aan de gemeenten te richten waarin wordt gewezen op deze verantwoordelijkheid en op het bestaan van alternatieve en milieuvriendelijke afschrikkingsmiddelen.  Ik moet echter vaststellen dat de betrokken minister (Vera Dua) deze aanbeveling pas via de omzendbrief van 27 maart 2003 heeft uitgevoerd (vier jaar later).


Tevens moeten wij vaststellen dat de voorgestelde studie over het gebruik van alternatieve vogelafschrikmiddelen (zie conclusie van verzoekschrift stuk 1129 (2001-2002) vermoedelijk nog niet is gestart.  Eind 2002 werd ons door de overheid gemeld dat de studie nog moest aanbesteed worden.

 

In een brief (klacht geluid/99/4475) van 14 september 1999 van het kabinet van minister Dua gericht aan De Leeuw Kristine werd gezegd dat verder zal onderzocht worden hoe en op welk niveau veldkanonnen of alternatieve methodes algemeen gereglementeerd kunnen worden.  Vier jaar later moeten we vaststellen dat nog geen ondezoek werd opgestart.

 

Van het parlement verwachten wij dat ze de klachten van de bevolking, haar kiezers, ernstig neemt én gepaste maatregelen uitwerkt om een bevredigende oplossing te vinden.  Wil het parlement deze keer daar echt werk van maken?

 

Wij zijn bereid ons verzoekschrift persoonlijk te komen toelichten.

 

Dit verzoekschrift wordt ingediend door:

 

De Baere Frederik K.M. Drielindenstraat 249100 Nieuwkerken

De Leeuw Kristine Drielindenstraat 249100 Nieuwkerken

 

Vlaams Platform Milieu en Gezondheid

www.milieugezondheid.be