Nieuwkerken, 12 december 2002

 

Persmededeling

 

 

Vlaams Platform Milieu en Gezondheid

 

Het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid heeft in juni 2002,in samenwerking met de regionale milieuorganisatie ABLLO, een verzoekschrift ingediend bij de Raad van State met de vraag tot schorsing en nietigverklaring van de milieuvergunning voor de bouw van een nieuwe afvalverbrandingsoven van INDAVER te Beveren.

 

Vandaag heeft de Raad van State het 

advies van de auditeur bekendgemaakt 

over de milieuvergunning voor de bouw van een 

nieuwe afvalverbrandingsoven van INDAVER (capaciteit van 466.000 ton/jaar) 

te Beveren.  

De auditeur adviseert de schorsing van de milieuvergunning.  

In nagenoeg alle gevallen volgt de 

Raad van State het advies van haar auditeur.

 

Naar aanleiding van het beroep dat het Vlaams Platform Milieu en Gezondheid had ingesteld bij minister van leefmilieu Vera Dua tegen de bouw van de nieuwe afvalverbrandingsoven heeft de Vlaamse Afdeling Preventie en Sociale Gezondheidszorg negatief advies gegeven voor de bouw van de nieuwe Indaver afvalverbrandingsoven.  Ondanks dit negatieve advies van de gezondheidsadministratie verleende minister van leefmilieu Vera Dua een positief besluit en werd de milieuvergunning herbevestigd.  (De Vlaamse regering is meerderheidsaandeelhouder van INDAVER).   In dit besluit werd het negatieve advies van de Afdeling Preventie en Sociale Gezondheidszorg niet weerlegd.  Het besluit gaf ook geen motivering voor het niet volgen van het advies van de Afdeling Preventie en Sociale Gezondheidszorg.  De auditeur oordeelt dat een inbreuk op de motiveringsplicht kan leiden tot de nietigverklaring van het besluit van de minister (Besluit dat de milieuvergunning bevestigt) en vraagt de schorsing.

 

Het verbranden van afval is een verbijgestreefde afvalverwijderingstechniek én een techniek waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze ernstige gezondheidsschade veroorzaakt bij mensen.

 

In weerwil van deze wetenschap tracht de overheid nog steeds afvalverbrandingsovens te bouwen in Vlaanderen.  De laatste jaren kregen diverse nieuwe (en bestaande) projecten voor de bouw van afvalverbrandingsovens in vlaanderen geen groen licht.

 

Zo werd het project van de nieuwe FABRICOM afvalverbrandingsoven in de Gentse kanaalzone (cap. 120.000 ton) in 2001 door minister Vera Dua verworpen.  Ook de nieuw geplande ziekenhuisafvalverbrandingsoven te Tienen werd door minister Vera Dua verworpen in November 2001.  Even daarvoor werd de oude ziekenhuisafvalverbrandingsoven aldaar gesloten (29 september 2000).  Het project voor de bouw van de nieuwe afvalverbrandingsoven te Drogenbos (cap. 200.000 ton) werd begin dit jaar stopgezet als gevolg van een procedureslag voor de Raad van State die door de buurtbewoners gewonnen werd.  Eind december 2002 gaat de afvalverbrandingsoven van MIWA te Sint-Niklaas (cap 55.000 ton) dicht als gevolg van een uitspraak van het Hof van Beroep te Gent, ingeleid door de buurtbewoners.  En nu volgt ook het advies van de auditeur van de Raad van State om de milieuvergunning te schorsen voor de nieuw te bouwen INDAVER afvalverbrandingsoven.

 

In de nieuw te bouwen INDAVER wervelbedoven te Beveren zullen voornamelijk slib en hoog calorisch afval verbrand worden.

 

Deze nieuwe oven wordt gebouwd ter uitvoering van

ontwerp uitvoeringsplan slib 2001

ontwerp uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007

ontwerp uitvoeringsplan hoog calorisch afval

 

Geen enkele van deze plannen is momenteel definitief goedgekeurd en in uitvoering.  Het openbaar onderzoek van het uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen is onlangs afgerond én het openbaar onderzoek voor het uitvoeringsplan hoog calorisch afval is pas voor 2003 voorzien.

 

De nieuwe wervelbedoven werd reeds door de bestendige deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen op 23 augustus 2001 vergund.  Dus vóór de diverse plannen ter uitvoering worden goedgekeurd.  Het lijkt er op dat de diverse plannen geschreven zijn op maat van de nieuw te bouwen INDAVER wervelbedoven. 

 

Een goed afvalbeleid houdt in dat er enkel afval overblijft, ná gebruik van de geproduceerde goederen en productieprocessen, dat kan hergebruikt worden of natuurlijk kan afgebroken worden zonder enige vorm van schade toe te brengen aan het ecosysteem.  Dit afvalbeleid is het enig mogelijke beleid dat past in een duurzame ontwikkeling.

 

Stortplaatsen én afvalverbrandingsovens passen totaal niet in een duurzaam ontwikkelingsbeleid omdat :

- het momenteel wetenschappelijk bewezen en aanvaard is dat stortplaatsen én

  ook nieuwe afvalverbrandingsovens het ecosysteem aantasten en

  gezondheidsschade veroorzaken bij mens en dier.

- waardevolle grondstoffen op deze wijze verloren gaan

- dit het bewijs levert van inefficiëntie door het éénmalig gebruik van grondstoffen en

  dat hierdoor veel geld verloren gaat.

Een duurzaam afvalbeleid zal dan ook een totaal concept moeten omvatten dat aanvangt bij de voorbereidingsfase van de productie van goederen en productieprocessen en eindigt bij hergebruik of bij biologische afbraakprocessen (al of niet na behandeling) die het ecosysteem niet schaden.  Op deze wijze blijft er geen echt afval meer over dat moet gestort of verbrand worden en verkrijgt men een grotere economische efficiëntie. Indien men de verwijderingskosten voor de producten mee in rekening brengt zal de consument uiteindelijk minder moeten betalen voor zijn producten.

 

In het huishoudelijk afvalstoffenplan (2003-2007) dient het globale productiesysteem herbekeken te worden :

- de ontwikkeling van producten en processen

- het productie proces

- hoe producten en materialen, eens gebruikt, kunnen terugkeren naar het productiecircuit.

- het elimineren van toxische grondstoffen die na gebruik niet veilig kunnen verwijderd worden of op een onveilige manier terugkeren naar het productieproces

Het doel van het huishoudelijke afvalstoffenplan zou moeten bestaan uit het nastreven van een 100% efficiënte grondstoffen economie. Een economie die op de zelfde principes gebaseerd is als de natuur. De natuur heeft deze efficiëntie reeds miljoenen jaren succesvol bewezen.

 

Dit plan zal voor de consument veel goedkoper zijn door de bestrijding van de grondstoffenverspilling én door het ontbreken van dure afvalverwijderingstechnieken zoals afvalverbrandingsovens.

 

De cijfers in het afvalstoffenplan tonen duidelijk aan dat afvalpreventie en recyclage de productie van afval niet doen verminderen. De afvalproductie is de laatste jaren nog toegenomen.

 

In het afvalstoffenplan wordt ook niet nagegaan wat er met het gescheiden afval gebeurt. Men veronderstelt dat het gescheiden (gerecycleerd) afval globaal hergebruikt wordt, maar dit beeld beantwoordt niet aan de werkelijkheid. Een deel van dit afval (welk deel weten we niet) wordt gestort en/of verbrand in afvalverbrandingsovens.

 

Het voorliggende afvalstoffenplan begint slechts, ná de productie, nl. bij de preventie door de consumenten. Hierdoor kunnen heel wat producten niet verwijderd worden zonder dat er schade toegebracht wordt aan het ecosysteem. Dit is duidelijk een gemiste kans daar een duurzaam afvalbeleid moet beginnen bij de planning van de productie.

 

Het is onbegrijpelijk dat, rekening houdend met de beschikbare know how van de 21ste eeuw én rekening houdend met de nefaste gevolgen van stortplaatsen en afvalverbrandingsovens, er nog een huishoudelijk afvalplan gemaakt wordt dat voorziet in storten en verbranden van afval.

 

Het huidige afvalstoffenplan is de voortzetting van een voorbijgestreefde zienswijze op afvalverwijdering.

 

Wij vragen de totale herziening van het huishoudelijk afvalstoffenplan op basis van de hiervoor opgesomde principes.

 

Een herziening waarbij storten en/of verbranden niet langer thuishoren.

 

Een herziening waarbij het ecosysteem niet langer aangetast wordt, de gezondheid van mens en dier inbegrepen.

 

Wij vragen dat de overheid de producenten duidelijk informeert over de economische rendabiliteit van een duurzaam afvalstoffenbeleid en hoe zij hieraan kunnen meewerken.

 

Wij vragen een verbod van producten en productieprocessen waarvan het afval niet kan verwijderd worden zonder het ecosysteem te beschadigen.

 

Meer over Indaver

 

Werkgroep Milieu en Gezondheid Sint-Niklaas
Website : www.milieugezondheid.be