Sint-Niklaas, 8 maart 2001

 

 

Aan de Vlaamse Gemeenschapsminister van Leefmilieu, Natuurbehoud en Landinrichting

Mw. Dua Vera

Kabinet van Minister Dua

Alhambra

Emile Jacqmainlaan 20

1000 Brussel

 

Beroep tegen het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad Oost-Vlaanderen, houdende het verlenen van de vergunning aan RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS, Antwerpse Stwg. 41, 9100 Sint-Niklaas, voor het hernieuwen, wijzigen en het uitbreiden van een textielververij gelegen aan de Antwerpse Stwg. nr. 5 en 25 te 9100 Sint-Niklaas

 

Bijlagen :

-         betalingsbewijs dossiertaks

-         attest van aanplakking

 

Op 25 januari 2001 heeft de Bestendige Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen aan RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS, Antwerpse Stwg. 41, 9100 Sint-Niklaas, een vergunning verleend voor het hernieuwen, wijzigen en het uitbreiden van een textielververij gelegen aan de Antwerpse Stwg. nr. 5 en 25 te 9100 Sint-Niklaas.

 

De NV Retorderie Fr. Schoeters is gevestigd in een woongebied dat deel uitmaakt van het stadscentrum van de stad Sint-Niklaas, gelegen in een zone voor woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde.  Deze insluiting door woningen, gepaard gaande met de vervuiling van deze vestiging, zorgt er voor dat omwonenden onmiddellijk ernstige hinder ondervinden van de exploitatie van deze inrichting. 

 

Het is duidelijk dat de vergunningverlenende overheid op basis van het ingediende milieuvergunningsdossier, bij gebrek aan voldoende gegevens betreffende de milieueffecten en milieuhinder, zich geen voldoende beeld kan vormen van deze effecten, en dus geen vergunning kan verlenen vooraleer :

-         de situatie ter plaatse wordt onderzocht en

-         alle klachten grondig worden gecontroleerd én onderzocht.

 

Mensen worden verplicht te wonen in woonzones.  Klasse 1 bedrijven horen hier duidelijk niet thuis.  Alleen al door hun aard (inrichtingen die de meest nadelige gevolgen kunnen hebben voor mens en milieu), zou dergelijke inrichting geen verlenging van de milieuvergunning meer mogen krijgen.  Een herlocalisering, in een zone voorzien voor een dergelijk bedrijf, tegen het einde van de lopende milieuvergunning (5‑2‑2002) is noodzakelijk om de omwonenden een gezonde leefomgeving te garanderen.

 

Het is duidelijk dat de beslissing van de Bestendige Deputatie onvoldoende gemotiveerd is : de beslissing moet immers afdoende gemotiveerd zijn d.i. pertinent (ter zake dienend) en draagkrachtig (moet de beslissing zelf kunnen verantwoorden).

 

Wij doen opmerken dat de vergunningverlenende overheid – en dus ook U als bevoegde minister in het kader van huidig beroep – op elk ogenblik (en dus a fortiori in het kader van de behandeling van een uitbreidingsaanvraag) de (basis)vergunningsvoorwaarden kan wijzigen of aanvullen.

 

Wij verwijzen hiertoe naar het basiswerk 'Overzicht van het Belgisch Milieurecht', 4de editie 1999, auteur W. Lambrechts, Kluwer, 1999.

 

Prof Lambrechts schrijft in zijn handboek (pag. 164, in fine) :

 

 "Een milieuvergunning zal in ieder geval de algemene en sectorale voorwaarden moeten eerbiedigen die voor iedereen gelden die in een bepaalde bedrijfssector actief is.   Maar daarnaast kan de vergunningverlenende overheid bijzondere voorwaarden opleggen  met het oog op de bescherming van de mens en het leefmilieu.  

   

Het is zelfs mogelijk om in de lopende vergunning opgelegde voorwaarden te wijzigen of aan te vullen".

 

Hij verwijst hiertoe naar twee wettelijke bepalingen :

 

a. Art. 21 van het Milieuvergunningsdecreet : 'de bevoegde overheid kan steeds bij gemotiveerde beslissing, ambtshalve of op verzoek van de adviesverlenende overheidsorganen van de exploitant van de personen bedoeld in art. 24 par. 1, 5de, (i.e. elke natuurlijke of rechtspersoon die tengevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting rechtstreeks hinder kan ondervinden, alsook elke rechtspersoon die zich de bescherming tot doel heeft gesteld van het leefmilieu dat door deze hinder kan worden getroffen), de door haar opgelegde vergunningsvoorwaarden wijzigen of aanvullen.    Behalve wanneer zij zelf het initiatief tot wijziging of aanvulling heeft genomen, wordt vooraf het advies van de door de Vlaamse overheid aangeduide overheidsorganen ingewonnen.

De bevoegde overheid is diegene die in eerste aanleg bevoegd is., tenzij een hogere overheid één of meer van de lopende vergunningen heeft verleend of de vergunningsvoorwaarden ervan heeft gewijzigd.   In dat geval is deze hogere overheid bevoegd.

Indien na aanmaning door de Vlaamse Regering de bevoegde overheid, niet of onvolkomen optreedt, of indien er ernstig gevaar dreigt voor de mens en het leefmilieu, kan de Vlaamse Regering de vergunningsvoorwaarden wijzigen of aanvullen' (art. 45 §5 VLAREM 1)

 

b.  Art. 45 Vlarem I : 'De overheid die de laatste lopende vergunning heeft verleend of de milieuvergunningsvoorwaarden heeft gewijzigd, kan bij gemotiveerde beslissing de in de lopende definitieve vergunning(en) opgelegde voorwaarden wijzigen of aanvullen : 

    - ambtshalve

    - op verzoek van de in art. 20 vermelde adviesorganen in zoverre deze bevoegd zijn voor adviesverlening mbt bedoelde inrichting

    - op verzoek van de exploitant

    - op verzoek van elke natuurlijke of rechtspersoon die tengevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting rechtstreeks     hinder kan ondervinden

    - op verzoek van elke rechtspersoon die zich de bescherming tot doel heeft gesteld van het leefmilieu dat door de hinder tengevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting kan worden getroffen.

 

Dit is zonder discussie niet het geval.

 

Volgens §5 van art. 45  VLAREM 1 kan de Vlaamse minister de vergunningsvoorwaarden ambtshalve wijzigen of aanvullen indien na aanmaning door de Vlaamse minister de bevoegde overheid niet, of onvolkomen optreedt, of indien er ernstig gevaar dreigt voor de mens en het leefmilieu.

 

(*) Zowel de milieuvergunning [rubriek C. Bijzondere Milieuvoorwaarden - punt 22 b) : 'de exploitant dient er steeds voor te zorgen dat binnen alle afdelingen van zijn bedrijf de beste technologieën worden aangewend ter voorkoming of beperking van emissies] als VLAREM II [art. 4.1.2.1. VLAREM II met definiëring van het begrip in art. 1.29 VLAREM I] voorzien in de verplichting voor de exploitant om bij de uitbating steeds gebruik te maken van de 'best beschikbare technieken'.

 

Deze uitbatingsvoorwaarde wordt in casu zwaar met de voeten getreden.

 

(*) Ook de ‘zorgplicht’ die is ingeschreven in ons materieel recht wordt miskend.   Aldus bepaalt art. 22 van het Milieuvergunningsdecreet : “De exploitant van een inrichting is verplicht de exploitatievoorwaarden na te leven.   Ongeacht de verleende vergunning moet hij steeds de nodige maatregelen treffen om schade, hinder en zware ongevallen te voorkomen en, om bij ongeval, de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu zo beperkt mogelijk te houden”.   Art. 14 van het Decreet Natuurbehoud bepaalt : “Iedereen die handelingen verricht of hiertoe de opdracht verleent, en die weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat de natuur-elementen in de onmiddellijke omgeving daardoor kunnen worden vernietigd of ernstig geschaad, is verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijze van hem kunnen worden gevergd om de vernietiging of de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen”.

 

De exploitant dient m.a.w. ter naleving van deze zorgplicht meer te doen dan wat in de vergunning is opgelegd (cfr. ‘ongeacht de verleende vergunning’).   Zelfs de strikte naleving van de milieuvergunning leidt dus niet tot immuniteit op basis van deze ‘zorgplicht’, zodat een staking op basis van dit beginsel niet eerst de toetsing van de milieuvergunning aan het voorzorgsbeginsel vereist [zie Larmuseau, I., Het voorzorgsbeginsel geïntroduceerd in de Belgische rechtspraak : zoveel hoofden, zoveel zinnen ?, in T.M.R., 2000/1, p. 29].

 

Dit sluit aan bij de klassieke rechtspraak volgens dewelke een fout in de zin van art. 1382 B.W. kan worden vastgesteld, los van de overtreding van een wettelijke of reglementaire norm, wanneer het mogelijk was de hinder te voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. 

 

Het niet nemen van mogelijke voorzorgsmaatregelen is een miskenning van de zorgvuldigheidsnorm [zie Dabin, J., noot bij Cass., 07.04.1949, R.C.J.B., 1949, 215; Stassijns, E., ‘Geluidsoverlast’, noot bij Rb. Gent, 12.03.1981, R.W., 1982-83, 1330, nr. 1 ; Stassijns, E., ‘De strijd tegen de geluidshinder : een opgave voor deze tijd’, in Liber amicorum Willy Calewaert.  Recht en criminaliteit, Antwerpen, 1984, 74]. 

 

Dat RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS – zelfs al zou men al aannemen dat ze volledig binnen de wettelijke en reglementaire normen haar uitbating voert – niet de nodige voorzorgen heeft genomen om de hinder maximaal te beperken volgt alleen al uit hetgeen verder wordt uiteengezet omtrent de niet-aanwending van de best beschikbare technieken.

 

Volgens art. 23 van de grondwet heeft ieder het recht een menswaardig leven te leiden.

 

De vergunningverlenende overheid kan, overeenkomstig art. 20 van het milieuvergunningsdecreet, onverminderd de bepalingen van dezelfde wetten, decreten en uitvoeringsbesluiten bij het verlenen van een vergunning bijzondere voorwaarden opleggen, met het oog op de bescherming van de mens en het leefmilieu.

 

In de bezwaarschriften werden diverse overtredingen van de exploitant naar voren gebracht.

 

Volgens art. 47, kan in geval de exploitant de bepalingen van het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten alsmede de geldende vergunningsvoorwaarden niet naleeft, de overheid die de laatste lopende vergunning heeft verleend of de vergunningsvoorwaarden heeft gewijzigd, de milieuvergunning volledig of gedeeltelijk schorsen of opheffen bij gemotiveerde beslissing.

 

Volgens art. 48 kan de Vlaamse minister bij gemotiveerd besluit te allen tijde, welke ook de klasse van de inrichting is, de vergunning volledig of gedeeltelijk schorsen of opheffen, indien de bevoegde overheid in het geval bedoeld in art. 47,§1, niet of onvolkomen optreedt.

 

We moeten vaststellen dat de Bestendige Deputatie als vergunningverlenende overheid heeft nagelaten de gezondheidsgevolgen van de exploitatie van RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS te onderzoeken..  Vele bezwaarschriften maken melding van gezondheidsproblemen veroorzaakt door de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS. 

 

Dat er door de exploitatie van RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS in een dichtbevolkte woonomgeving ernstig gevaar dreigt voor de mens en het leefmilieu is overduidelijk. 

 

De bewering bij de overwegingen van de Bestendig Deputatie in het vergunningsbesluit, waarin gesteld wordt dat de eventuele hinder afkomstig van de inrichting dient ondervangen te worden door het opleggen van passende exploitatievoorwaarden, is zeer vaag en onvoldoende uiteengezet en gemotiveerd.  Hoe men in de toekomst een “een gezond leefmilieu” gaat garanderen wordt niet uiteengezet.  Nochtans is een gezond leefmilieu een grondwettelijke recht.

 

De Bestendige Deputatie kan de gezondheidsproblemen niet zo maar van de hand doen met te stellen dat “het niet uit te maken is of er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aandoeningen en de inrichting” zonder onderzoek van de in de bezwaren gemelde gezondheidsproblemen.  Dit onderzoek is nooit gebeurd.  De exploitatie van de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS moet dan ook stopgezet worden tot onderzoek duidelijk maakt wat er aan de hand is met de talrijke gezondheidsproblemen bij omwonenden van de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS. 

 

Wij stellen ons ook vragen over de verzekering inzake burgerlijke aansprakelijkheid.  (Dit is volgens Vlarem verplicht sinds 1 januari 1997).  We denken dat de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS ofwel niet ofwel onvoldoende verzekerd is.  We hebben geen enkel bewijs van verzekering gezien in het dossier.  VLAREM-II art. 5.2.1.8 § 2. zegt : "De exploitant is ertoe gehouden een voldoende verzekering aan te gaan inzake burgerlijke aansprakelijkheid".  VLAREM-II is van kracht sinds januari 1997. 

 

Omwonenden maken ook melding van hinder door zwarte rook en roetdeeltjes, veroorzaakt door de verbrandingsinstallatie die werkt op zware stookolie.  Deze roetdeeltjes vervuilen niet enkel de omgeving maar veroorzaken ook bij omwonenden gezondheidsproblemen zoals allergie, astma en andere problemen aan de luchtwegen, en dit voornamelijk bij kinderen en ouderen.  De verbrandingsinstallatie zou perfect kunnen werken op aardgas volgens het principe van de “Best Beschikbare Technologie”.  De Bestendige Deputatie heeft in zijn besluit vrede genomen met te stellen dat de emissies van de stookinstallaties voldoen aan de VLAREM-normen.  De Bestendige Deputatie gaat hier voorbij aan VLAREM II [art. 4.1.2.1. VLAREM II met definiëring van het begrip in art. 1.29 VLAREM I] voorzien in de verplichting voor de exploitant om bij de uitbating steeds gebruik te maken van de 'best beschikbare technieken'.

 

Volgens Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 moeten de nodige maatregelen worden genomen om verontreiniging te voorkomen of uit te schakelen en, wanneer dit niet haalbaar is, verontreinigende emissies en de productie van afval tot een minimum te beperken en zuinig met hulpbronnen om te gaan, met inachtneming van eventuele schone technologieën.  In het kader van deze bepaling, en de bepalingen in het Vlarem betreffende het gebruik van BBT (Best Beschikbare Technieken), moeten de verbrandingsinstallaties werken op aardgas, en niet langer meer op zware stookolie.  Aardgas is een schonere energiebron dan zware stookolie.

 

Deze uitbatingsvoorwaarde wordt in casu zwaar met de voeten getreden.

 

In het rioleringsstelsel bij de omwonenden worden regelmatig specifieke geuren waargenomen die veroorzaakt worden door de lozing van bedrijfsafvalwater in dezelfde riolering.  Een gelijkaardig textielververij (Filteint) te Sint-Niklaas heeft reeds tien jaar geleden een waterzuiveringsstation geplaatst.  Een waterzuiveringsstation ontbreekt bij RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS, zodat het bedrijfsafvalwater rechtstreeks geloosd wordt in de riool.  Dit is nogmaals in strijd met Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 de nodige maatregelen moeten worden genomen om verontreiniging te voorkomen of uit te schakelen en, wanneer dit niet haalbaar is, verontreinigende emissies en de productie van afval tot een minimum te beperken en zuinig met hulpbronnen om te gaan, met inachtneming van eventuele schone technologieën.  Dat de lozing van het bedrijfsafvalwater geen deel uit maakt van de voorliggende aanvraag (volgens besluit van de Bestendige Deputatie) is niet relevant. 

Hoewel het thans bestreden besluit vergunning verleent voor het hernieuwen, wijzigen en het uitbreiden van een textielververij, doen wij toch opmerken dat de vergunningverlenende overheid – en dus ook U als bevoegde minister in het kader van huidig beroep – op elk ogenblik (en dus a fortiori in het kader van de behandeling van een uitbreidingsaanvraag) de (basis)vergunningsvoorwaarden kan wijzigen of aanvullen.

 

Wij verwijzen hiertoe nogmaals naar het basiswerk 'Overzicht van het Belgisch Milieurecht', 4de editie 1999, auteur W. Lambrechts, Kluwer, 1999. (zie blz. 2 van dit beroep).

 

Ook klagen de omwonenden over verkeersoverlast.  Vrachtwagens, camionetten en auto’s bestemd voor dit bedrijf moeten door het stadscentrum rijden om dit bedrijf te bereiken.  Door de slechte bewegwijzering van het bedrijf weten zij, die dit bedrijf willen bereiken, niet waar ze zich juist dienen aan te melden.  Op deze wijze parkeren bestuurders, voertuigen met draaiende motor, op verboden plaatsen zoals bv. het fietspad op de Antwerpse Steenweg, dit om aan omwonenden de weg te vragen.  Deze situatie brengt de verkeersveiligheid in het gedrang en zorgt ook voor bijkomende milieuvervuiling in het reeds sterk vervuilde stadscentrum. Het argument dat de Bestendige Deputatie aanhaalt nl. “dat het bedrijf gelegen is langs de drukke (?) Antwerpse Steenweg, waarbij het verkeer afkomstig van de inrichting niet voor overdreven bijkomende verkeersdrukte zorgt”, is nergens op gebaseerd. 

 

Er werd geen studie of vaststelling gedaan waarop deze motivatie zou kunnen gemotiveerd worden.  Dit is dus duidelijk een typisch voorbeeld van een ongegronde motivatie.  De drukte van de Antwerpse Steenweg vloeit voort uit het bestaan zelf van de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS én aanverwante vennootschappen aldaar gevestigd.

 

Op de bijkomende verontreiniging die inherent is aan het vrachtverkeer, wordt niet ingegaan.  Bijkomende gezondheidsproblemen voor omwonenden zijn eveneens inherent aan bijkomend vrachtverkeer.  Het is gezondheidskundig niet langer te verantwoorden zwaar vrachtverkeer naar het stadscentrum te leiden in een omgeving waar mensen moeten wonen en verblijven.

 

Op de klachten over lawaaihinder voor omwonenden afkomstig van het volcontinue draaien van machines zegt de Bestendige Deputatie dat mits het opleggen van passende voorwaarden de hinder voor de omgeving tot het aanvaardbare kan worden beperkt.  De Bestendige Deputatie zegt niet welke passende voorwaarden worden opgelegd en wat het “aanvaardbare” inhoud.  Dit is weerom in strijd met de motiveringsplicht en in strijd met de grondwet “recht op gezond leefmilieu”.  Door het ontbreken van metingen, het niet duidelijk preciseren welke voorwaarden moeten toegepast worden en het niet verduidelijken wat “aanvaardbaar” is kan op geen enkele wijze garantie gegeven worden aan de omwonenden dat er geen lawaaihinder meer zal voorkomen. 

 

Volgens Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 moeten de milieueffecten van alle nieuwe activiteiten, producten en productieprocessen van tevoren worden beoordeeld en moeten de  gevolgen van lopende activiteiten voor het plaatselijke milieu worden geëvalueerd en gecontroleerd, en elke belangrijke weerslag van die activiteiten op het milieu in het algemeen moet worden onderzocht. 

 

We moeten vaststellen dat er in het milieudossier geen gegevens ter beschikking zijn om deze beoordelingen te kunnen maken : noch betreffende de emissies, noch betreffende de imissies én noch betreffende de samenstelling van het bedrijfsafvalwater.  Waarschijnlijk bestaan deze gegevens niet.  Gezien de activiteiten van dit bedrijf kan door de vergunningverlenende overheid een milieuaudit gevraagd worden.  Tot op heden werd er geen milieuaudit gevraagd door de overheid en dus ook niet opgemaakt.  Er zijn dus ook geen gegevens beschikbaar die normaal in een milieuaudit voorkomen.  Door het ontbreken van relevante gegevens kan de Bestendige Deputatie niet oordelen of de betreffende emissies, de betreffende imissies én de samenstelling van het bedrijfsafvalwater beantwoorden aan de VLAREM-normen.  Deze gegevens zijn essentieel om de risicobeoordeling van de gezondheidseffecten op de omwonenden te kunnen evalueren.  De grondwet kan niet gerespecteerd worden (recht op een gezond leefmilieu) als de risico’s van de exploitatie van een bedrijf niet bestudeerd worden. 

 

Volgens de activiteiten van dit bedrijf ingedeeld in rubriek 41.4.3 en 43.1.3 moet jaarlijks een milieujaarverslag ingediend worden.  Dit sinds 1997.  Tot op heden werd door de NV Retorderie Fr. Schoeters & NV Ververij Schoeters geen milieujaarverslag opgemaakt, noch ingediend.  De Bestendige Deputatie is totaal niet ingegaan op deze klacht.  Deze klacht werd dan ook niet afdoende gemotiveerd d.i. pertinent (terzake dienend) en draagkrachtig (moet de beslissing zelf kunnen verantwoorden).

 

Volgens Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 9 dient het bedrijf aan het publiek de nodige informatie te verschaffen om de milieueffecten van de activiteiten van het bedrijf te begrijpen en er dient naar een open dialoog met het publiek te worden gestreefd.  De informatie over de milieueffecten van de activiteiten van dit bedrijf ontbreekt.  Door het bedrijf wordt geen enkele inspanning geleverd om de omwonenden te informeren.  Erger, het bedrijf stockeert reeds jarenlang gevaarlijke producten zonder hiertoe over een aangepaste milieuvergunning te beschikken. 

 

De brandveiligheid van het bedrijf kan niet gegarandeerd worden.  De veiligheidsvoorschriften van de brandweer worden niet nageleefd.  De locatie is oud en deze inrichting bestaat uit oude gebouwen volledig omringd door woningen.  Bij brand kunnen zich eveneens reacties voordoen tussen scheikundige stoffen.  Het centrum van de inrichting is niet bereikbaar voor de brandweer en blusapparatuur bij hevige brand.  Indien in deze inrichting ooit een  ernstige brand zou ontstaan, zal deze brand enorme gevolgen hebben voor de veiligheid en het leven van de omwonenden.  Dat er inderdaad een reëel gevaar voor brand bestaat, wordt door de Bestendige Deputatie toegegeven. 

 

Op de klacht dat er bij omwonenden vrees bestaat voor een chemische reactie tussen verschillende chemische producten, antwoordt de Bestendige Deputatie dat dit opgevangen wordt door het opleggen van passende exploitatievoorwaarden.  Welke voorwaarden wordt niet verduidelijkt.  Deze motivatie is weerom afdoende gemotiveerd d.i. pertinent (ter zake dienend) en draagkrachtig (moet de beslissing zelf kunnen verantwoorden).

 

Volgens de activiteiten van dit bedrijf ingedeeld in rubriek 41.4.3 en 43.1.3 moet het bedrijf een milieucoördinator van het tweede niveau aanstellen.  Nergens blijkt uit het aanvraagdossier dat de door dit bedrijf aangestelde milieucoördinator (met name M. Van Duyse Willy, meester-verver) beantwoordt aan de bepalingen en voorwaarden van VLAREM II, zoals omschreven in art. 4.1.9.1. (Opleiding en vorming).

 

Volgens VLAREM II Art. 5.41.0.2, Textiel, dienen de afvalgassen op de plaats waar ze ontstaan opgevangen en, na de eventueel noodzakelijke zuivering ter naleving van de van toepassing zijnde emissie- en immissievoorschriften, in de omgevingslucht geloosd via een schoorsteen. Deze schoorsteen dient voldoende hoog te zijn met het oog op een vanuit milieuoogpunt en voor de volksgezondheid voldoende spreiding van de geloosde stoffen.  De minimumhoogte dient bepaald overeenkomstig het schoorsteenhoogteberekeningssysteem zoals bepaald in art. 4.4.2.3. van dit besluit.  Het bedrijf beantwoordt niet aan deze bepaling.

 

Volgens het gewestplan is dit bedrijf gelegen in een zone voor woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde.  Mensen worden verplicht te wonen in woonzones.  Klasse 1 bedrijven horen hier duidelijk niet thuis.  Alleen al door hun aard (inrichtingen die de meest nadelige gevolgen kunnen hebben voor mens en milieu), zouden dergelijke inrichtingen geen verlenging van de milieuvergunning meer mogen krijgen.  Een herlocalisering, in een zone voorzien voor dergelijke bedrijven, tegen het einde van de lopende milieuvergunning (5‑2‑2002) is noodzakelijk om de omwonenden een gezonde leefomgeving te garanderen. 

 

Elk besluit van de overheid dient in overeenstemming te zijn met art. 23 van de grondwet.  Dit artikel geeft ons het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu. Dit recht kan niet langer gegarandeerd worden op de huidige locatie van dit bedrijf.

 

Gezien de gezondheidsproblemen bij de omwonenden, gezien de ongezuiverde lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering, gezien het ontbreken van milieujaarverslagen, gezien de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS ingeplant is in de onmiddellijke nabijheid van woonstraten en woonwijken en plaatsen waar mensen verblijven, gezien een klasse 1 bedrijf eigenlijk niet thuishoort in een woongebied, gezien het brandgevaar en gevaar voor reacties tussen scheikundige stoffen, gezien het bedrijf momenteel niet beantwoord aan de voorschriften inzake brandveiligheid, gezien de roetneerslag van de stookinstallaties, gezien de geurhinder uit de openbare riolering voortvloeiend uit het lozen van ongezuiverd bedrijfsafvalwater, gezien de lawaaihinder afkomstig van het volcontinu draaien van machines, gezien het ontbreken van een bedrijfsrampenplan, gezien de verkeersoverlast voor de omwonenden midden in het stadscentrum, gezien het niet toepassen van de Best Beschikbare Technieken, gezien de tekortkomingen in de informatieverschaffing aan het publiek, is het niet langer meer te verantwoorden de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS verder open te houden en moet de exploitatie onmiddellijk gestopt worden.

 


Daarom vragen wij in dit beroep ons het recht op een gezond leefmilieu te willen waarborgen, en de door de Bestendige Deputatie verleende vergunning voor de exploitatie van de RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS te willen opheffen. 

 

Ondergetekenden zijn omwonenden van RETORDERIE FRANCOIS SCHOETERS.

 

Naam en handtekening van 19 omwonenden

 

Contactadres :

 

Werkgroep Milieu en Gezondheid Sint-Niklaas

www.milieugezondheid.be