Sint-Niklaas, 25 september 2000

 

Aan het College van Burgemeester en Schepenen

van de stad Sint-Niklaas

Stadhuis

Grote Markt 1

9100 Sint-Niklaas

 

  

Bezwaarschrift betreffende de milieuvergunningsaanvraag gedaan door NV Retorderie Fr. Schoeters & NV Ververij Schoeters

 

 

Geacht Schepencollege

 

 

De directie van de NV Retorderie Fr. Schoeters & NV Ververij Schoeters

heeft bij de stad Sint-Niklaas een milieuvergunningsaanvraag ingediend (zomer 2000).  Wij wensen in deze brief volgende bezwaren toe te voegen aan deze milieuvergunningsaanvraag.

 

Hier volgen onze bezwaren

 

De NV Retorderie Fr. Schoeters & NV Ververij Schoeters zijn gevestigd in een woongebied dat deel uitmaakt van het stadscentrum van de Stad Sint-Niklaas.  Deze insluiting door woningen, gepaard gaande met de vervuiling van deze vestiging, zorgt er voor dat omwonenden onmiddellijk hinder ondervinden van de exploitatie van deze inrichting. 

 

Omwonenden maken dan ook melding van hinder door zwarte rook en roetdeeltjes, waarschijnlijk veroorzaakt door de verbrandingsinstallatie die werkt op zware stookolie.  Deze roetdeeltjes vervuilen niet enkel de omgeving maar veroorzaken ook bij omwonenden gezondheidsproblemen zoals allergie, astma en andere problemen aan de luchtwegen, en dit voornamelijk bij kinderen en ouderen.

 

In het rioleringsstelsel bij de omwonenden worden regelmatig specifieke geuren waargenomen die naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt worden door de lozing van bedrijfsafvalwater in dezelfde riolering.

 

Ook klagen de omwonenden van verkeersoverlast.  Vrachtwagens, camionetten en auto’s bestemd voor dit bedrijf moeten door het stadscentrum rijden om dit bedrijf te bereiken.  Door de slechte bewegwijzering van het bedrijf weten zij, die dit bedrijf willen bereiken, niet waar ze zich juist dienen aan te melden.  Op deze wijze parkeren bestuurders, voertuigen met draaiende motor, op verboden plaatsen zoals bv. het fietspad op de Antwerpse Steenweg, dit om aan omwonenden de weg te vragen.  Deze situatie brengt de verkeersveiligheid in het gedrang en zorgt ook voor bijkomende milieuvervuiling in het reeds sterk vervuilde stadscentrum.

 

Volgens Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 moeten de milieu-effecten van alle nieuwe activiteiten,producten en productieprocessen van tevoren worden beoordeeld en moeten de  gevolgen van lopende activiteiten voor het plaatselijke milieu worden geëvalueerd en gecontroleerd, en elke belangrijke weerslag van die activiteiten op het milieu in het algemeen moet worden onderzocht. 

 

We moeten vaststellen dat er in het milieuaanvraagdossier geen gegevens ter beschikking zijn om deze beoordelingen te kunnen maken : noch betreffende de emissies, noch betreffende de imissies én noch betreffende de samenstelling van het bedrijfsafvalwater.  Nooit werd er voor dit bedrijf een MER gevraagd of opgesteld.  Gezien de activiteiten van dit bedrijf kan door de vergunningverlenende overheid een milieu-audit gevraagd worden.  Tot op heden werd er geen milieuaudit opgemaakt.  Er zijn dus ook geen gegevens beschikbaar die normaal in een milieuaudit voorkomen. 

 

Volgens de activiteiten van dit bedrijf ingedeeld in rubriek 41.4.3 en 43.1.3 moet jaarlijks een milieujaarverslag ingediend worden.  Dit sinds 1997.  Tot op heden werd door de NV Retorderie Fr. Schoeters & NV Ververij Schoeters geen milieujaarverslag opgemaakt, noch ingediend. 

 

Het is duidelijk dat de vergunningverlenende overheid op basis van het ingediende milieuvergunningsdossier, bij gebrek aan voldoende gegevens betreffende de milieu-effecten en milieu-hinder, geen voldoende beeld heeft van deze effecten, én dus geen vergunning kan verlenen.

 

Volgens Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 moeten de nodige maatregelen worden genomen om verontreiniging te voorkomen of uit te schakelen en, wanneer dit niet haalbaar is, verontreinigende emissies en de productie van afval tot een minimum te beperken en zuinig met hulpbronnen om te gaan, met inachtneming van eventuele schone technologieën.  In het kader van deze bepaling, en de bepalingen in het Vlarem betreffende het gebruik van BBT (Best Beschikbare Technieken), moeten de verbrandingsinstallaties werken op aardgas, en niet langer meer op zware stookolie.  Aardgas is een schonere energiebron dan zware stookolie.

 

Volgens Vlarem II bijlage 4.1.9.2.3.1 9 dient het bedrijf aan het publiek de nodige informatie te verschaffen om de milieu-effecten van de activiteiten van het bedrijf te begrijpen en er dient naar een open dialoog met het publiek te worden gestreefd.  De informatie over de milieu-effecten van de activiteiten van dit bedrijf ontbreekt.  Door het bedrijf wordt geen enkele inspanning geleverd om de omwonenden te informeren.  Erger, het bedrijf stockeert reeds jarenlang gevaarlijke producten zonder milieuvergunning.

 

De brandveiligheid van het bedrijf kan niet gegarandeerd worden.  De veiligheidsvoorschriften van de brandweer worden niet nageleefd (voor zover ze op deze locatie kunnen nageleefd worden).  De locatie is oud en deze inrichting bestaat uit oude gebouwen volledig omringd door woningen.  Het centrum van de inrichting is niet bereikbaar voor de brandweer.  Indien in deze inrichting ooit brand zou ontstaan, kan deze brand enorme gevolgen hebben voor de veiligheid en het leven van de omwonenden. 

 

Volgens de activiteiten van dit bedrijf ingedeeld in rubriek 41.4.3 en 43.1.3 moet het bedrijf een milieucoördinator van het tweede niveau aanstellen.  Nergens blijkt uit het aanvraagdossier dat de door dit bedrijf aangestelde milieu-coördinator (met name M. Van Duyse Willy, meester-verver) beantwoordt aan de bepalingen en voorwaarden van VLAREM II, zoals omschreven in art. 4.1.9.1. (Opleiding en vorming).

 


Volgens VLAREM II Art. 5.41.0.2, Textiel, dienen de afvalgassen op de plaats waar ze ontstaan opgevangen en, na de eventueel noodzakelijke zuivering ter naleving van de van toepassing zijnde emissie- en immissievoorschriften, in de omgevingslucht geloosd via een schoorsteen. Deze schoorsteen dient voldoende hoog te zijn met het oog op een vanuit milieu-oogpunt en voor de volksgezondheid voldoende spreiding van de geloosde stoffen.  De minimumhoogte dient bepaald overeenkomstig het schoorsteenhoogteberekeningssysteem zoals bepaald in art. 4.4.2.3. van dit besluit.  Het bedrijf beantwoordt niet aan deze bepaling.

 

Volgens het gewestplan is dit bedrijf gelegen in een zone voor woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde.  Mensen worden verplicht te wonen in woonzones.  Klasse 1 bedrijven horen hier duidelijk niet thuis.  Alleen al door hun aard (inrichtingen die de meest nadelige gevolgen kunnen hebben voor mens en milieu), zouden dergelijke inrichtingen geen verlenging van de milieuvergunning meer mogen krijgen.  Een herlocalisering, in een zone voorzien voor dergelijke bedrijven, tegen het einde van de lopende milieuvergunning (6‑2‑2002) is noodzakelijk om de omwonenden een gezonde leefomgeving te garanderen. 

 

Elk besluit van de overheid dient in overeenstemming te zijn met art. 23 van de grondwet.  Dit artikel geeft ons het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu. Dit recht kan niet langer gegarandeerd worden op de huidige locatie van dit bedrijf.

 

 

Werkgroep Milieu en Gezondheid Sint-Niklaas

www.milieugezondheid.be