|
ADVIES VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD BETREFFENDE DE
MOGELIJKE Tijdens de vergadering van 06 mei 2002, waarvan het verslag , wat dit specifieke punt betreft, ter zitting van 25.10.2002 werd goedgekeurd, heeft de Hoge Gezondheidsraad (HGR), afdeling III/4 - NIR, het volgende advies uitgebracht wat betreft de mogelijke problematiek rond blootstelling aan elektronische anti-diefstalsystemen: De HGR heeft kennis genomen van de volgende documenten : Samenvatting artikel Het artikel licht de 3D
impedantiemethode toe voor het berekenen van elektrische en magnetische
velden en stroomdichtheden geïnduceerd in anatomische modellen van het
menselijk lichaam (volwassene, 10 jarig kind en 5 jarig kind) door de
magnetische velden typisch gegenereerd door 2 types van elektronische Bij volwassenen blijft de maximale stroomdichtheid t.h.v. het hoofd nog onder de ICNIRP veiligheidsrichtlijn, bij 10 jarige en vooral 5 jarige kinderen komt deze maximale stroomdichtheid dicht of zelfs boven de ICNIRP veiligheidsrichtlijn bij voldoende sterke magnetische velden. Algemene bespreking van de problematiek weergegeven in het artikel In dit artikel wordt
vastgesteld dat de basisrestricties wordt overschreden bij jonge
kinderen (5 jarigen): Bij het systeem dat werkt op 1 kHz meet men ter
hoogte van de hersenen stroomdichtheden van De Raad van de E.U. onderlijnt hierbij dat de basisrestricties bescherming moeten bieden aan het centraal zenuwstelsel en dit tegen de blootstellingeffecten t.h.v. het hoofd en de romp. In de aanbevelingen staat verder onderlijnd dat hogere stroomdichtheden eventueel wel kunnen toegelaten worden in alle weefsels behalve het centraal zenuwstelsel. Bij de blootstelingen van jonge kinderen gaat het nu juist, omwille van hun kleine gestalte, over een blootstelling van het centraal zenuwstelsel. Volgende opmerkingen dienen nog toegevoegd te worden:
Opmerkingen bij het artikel
Aanbeveling: De HGR beveelt aan na te gaan of het niet mogelijk is deze elektronische beveiligingssystemen evengoed te laten functioneren op zwakkere vermogens met een minder grote blootstelling voor de populatie (kinderen). Indien dit niet het geval is, moet er op het niveau van de fabricatie van deze systemen onderzoek uitgevoerd worden ten einde optimaal aan de aanbevelingen te voldoen. Doorgaans is er onvoldoende productinformatie wat het toezicht op de normen hypothekeert: fysische agentia dienen verplicht vermeld te worden door de fabrikanten. De HGR beveelt de overheid aan om toe te zien op voldoende productinformatie en om de Europese Commissie aan te sporen de productlabels nader te specificeren. De ICNIRP normen zijn eerder beperkt vergeleken met deze voor ioniserende straling. Bovendien wordt in de richtlijnen van de raad van de Europese Unie (12 juli 1999) in paragraaf 17 aanbevolen dat: "Om de bewustwording van risico’s en beschermingsmaatregelen tegenover elektromagnetische velden te versterken, moeten de lidstaten de verspreiding van informatie en van gebruiksregels in het domein promoveren, in het bijzonder voor wat de conceptie, installatie en gebruik van uitrustingen betreft. Dit moet ervoor zorgen dat de basisrestricties niet worden overschreden". Bij het overschrijden van de referentieniveaus voor de algemene bevolking is de HGR de mening toegedaan dat er bijkomend onderzoek dient ingesteld te worden om de blootstelling zo laag mogelijk te houden. Er wordt ook opgemerkt dat anti-diefstalsystemen ook boven 10 MHz kunnen werken. Bij deze hogere frequenties vallen deze systemen misschien onder de norm van de GSM masten met de bedenking dat GSM masten bedoeld zijn voor telecommunicatie wat dikwijls niet het geval is voor dergelijke systemen.
Ministerie
van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu E-mail: guy.devleeschouwer@health.fgov.be
Vlaams Platform Milieu en Gezondheid |